Wat heb ik geleerd als vrijwilliger bij endurance?

Categorieën Informatief,Sport

Afgelopen weekend ben ik vrijwilliger geweest bij de endurance in Waalwijk. Dit omdat ik meer over deze sport wilde leren. Er waren een aantal mensen die voor de eerste keer mee deden en bepaalde dingen niet wisten (had ik ook niet geweten van te voren). Ik stond hier bij de voorkeuring, waar ik best wel het een en ander van heb geleerd. Vandaag probeer ik deze informatie ook met jullie te delen, voor degenen die ook wel eens endurance zouden willen starten.

Voorkeuring

Zoals ik al zei, stond ik bij de voorkeuring bij deze endurance wedstrijd. Dit is de eerste keuring die je met je paard hebt, nadat je je aangemeld hebt, nog voor het opzadelen. Bij deze wedstrijd was dit in een binnenbak, maar van wat ik begrepen heb is het ook regelmatig buiten. Bij deze voorkeuring sta je soms met best veel paarden tegelijk op weinig ruimte. Het is dus handig als je paard rustig blijft in een dergelijke situatie, maar dit is natuurlijk wel lastig te trainen.

De voorkeuring begint met het controleren van de entingen. Je moet bij deze keuring het paspoort van je paard en je veterinaire kaart bij de hand hebben. Deze krijg je als je je aanmeld. Op deze kaart wordt als eerste aangetekend of de entingen van je paard kloppen. Hier kom ik later op terug. Daarna wordt je paard onderzocht. Bij ons werd dit door dierenarts studenten gedaan. Er wordt naar de hartslag geluisterd, en de precieze snelheid wordt genoteerd. Dan wordt er naar de rest van het lichaam geluisterd en worden de rug, schoft, billen, slijmvliezen en de huid gecontroleerd. Hiervoor wordt een score gegeven, afhankelijk van het onderdeel is dat A, B of C (A is goed, C is slecht), of een nummer (<1 is goed). Vervolgens mag je met je ingevulde veterinaire kaart door naar een andere dierenarts, waar je een stuk moet draven aan de hand, waarbij gekeken wordt of het paard goed loopt. Als dit alles goed is, wordt op je kaar aangevinkt dat je startgerechtigd bent, en kun je je klaar gaan maken.

Entingen

Voor eigenlijk iedere wedstrijd is het belangrijk dat je je entingen op orde hebt. In Waalwijk maakten we ook iemand mee die ze (buiten haar schuld om, had het paard pas net) niet op orde had, en zij had bijna niet mogen starten. Uiteindelijk mocht ze met een aantekening wel starten, maar als je van plan bent om endurance te starten, zorg dat je je entingen op orde hebt. Ik denk dat endurance misschien meer recreatieruiters aantrekt die daar misschien wat minder mee bezig zijn dan wedstrijdruiters waarvan de entingen maandelijks op concours gecontroleerd (kunnen) worden (zeker niet iedereen hoor). Je paard moet in ieder geval de basisenting gehad hebben, waarbij je een keer ent, en dan tussen 3 weken en 3 maanden later nog een keer. Als je twijfelt of je je entingen op orde hebt, kun je dit het beste aan een dierenarts navragen.

Oefenen van de keuring

Tijdens de voorkeuring moet je paard mogelijk dingen doen die hij niet gewend is, of die hij niet prettig vindt. Het is verstandig om deze dingen zelf al te oefenen, anders kan het veel tijd kosten bij de voorkeuring, wat van je tijd om op te zadelen en los te rijden af gaat. Om de slijmvliezen en CRT te controleren, moet de dierenarts in de mond van je paard zijn. Ze hoeven alleen maar het tandvlees in te drukken om te kijken of het binnen 1 seconde van wit weer naar roze gaat, maar dit vormde bij veel paarden een probleem. Ook de stethoscoop vinden veel paarden niet prettig. Wie weet kun je ergens tweedehands een oude stethoscoop op de kop tikken om dit mee te oefenen. Dat een paard het bij jou wel toe laat, wil nog niet zeggen dat het de dierenarts wel lukt, maar als het jou al niet lukt, wordt het voor de dierenarts ook lastig.

Hesje aan bij keuring

Als je je aanmeld bij het secretariaat, krijg je een hesje met een nummer erop. Als je naar de voorkeuring gaat, is het de bedoeling dat je dit hesje aan hebt. Zo weten de dierenartsen zeker dat je je aangemeld hebt. Dit is geen heel groot probleem, maar als een jury het ziet, kun je hier wel op aangesproken worden.

Draven aan de hand

Zoals ik al vertelde, moet je een stuk aan de hand draven om te laten zien hoe je paard loopt. Je draaft van de ene pion naar de andere, draait in stap om, en draaft terug. Probeer hierbij steeds op dezelfde lijn te lopen, recht op de dierenarts af, zodat ze het paard goed kunnen zien lopen vanaf de voor- en achterkant. Geef het paard ruimte bij het hoofd, omdat de draf kan vertekenen als je je paard te strak houdt. Dat kan in je voordeel werken, maar ook in je nadeel. Als de dierenarts twijfelt, zul je nog een keer op en neer moeten rennen. Ten slotte is het belangrijk om je paard goed door te laten draven. Als ze een beetje vooruit sloffen, is het moeilijk te beoordelen of ze wel of niet goed lopen.

Finish

Ik heb ook nog even bij de finish gestaan. Hier kom je dus – duh – overheen als je klaar bent met je ronde. Je nummer wordt dan genoteerd, net als de tijd waarop je binnen komt. Je kunt er dan voor kiezen om je paard meteen aan te bieden om de hartslag te meten. Als je paard nog vrij druk of opgefokt is, kun je dit beter nog niet doen. Je mag binnen 10 minuten nadat je gefinisht bent twee keer je paard aanbieden om de hartslag te meten. Als deze de tweede keer nog te hoog is, kan dit tot afkeuring leiden. Mocht je paard dus nog druk zijn, kun je beter eerst even stappen op het terrein om te proberen de hartslag omlaag te krijgen. Je geeft je veterinaire kaart af, zodat de finish hartslag en tijd opgeschreven kunnen worden.

Nog een tip: als het slecht weer is, zoals afgelopen weekend, neem dan een afsluitbaar plastic zakje mee om je veterinaire kaart in te doen. We hebben heel wat verzopen veterinaire kaarten gehad, wat het lastig maakt om er überhaupt iets op te schrijven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *